Bekende zilver ontwerpers uitgelicht

/, Toon alle artikelen/Bekende zilver ontwerpers uitgelicht

Bekende zilver ontwerpers uitgelicht

By |2018-04-07T14:26:49+00:00mei 26th, 2010|Publicatie's, Toon alle artikelen|Reacties uitgeschakeld voor Bekende zilver ontwerpers uitgelicht

Bekende zilver ontwerpers uitgelicht

Gustav Beran werd in 1912 in Oostenrijk geboren. Hij was een leerling van de beroemde Weense ontwerper en architect Josef Hoffmann. Beran werkte sinds 1934 als ontwerper in de zilverfabriek van Gerritsen en Van Kempen in Zeist. Als Oostenrijks staatsburger was hij voor de Duitse krijgsdienst opgeroepen (hij was te laat met zijn naturalisatie aanvraag). Door inspanningen van A. Van Kempen en anderen kon hij met zijn gezin in 1948 terugkeren uit Wenen.

Gustav Beran zilver ontwerper

Gustav Beran zilver ontwerper

Na de fusie tussen Gerritsen en Van Kempen en de K.N.E.B. in Voorschoten in 1960 werd Beran benoemd tot adjunct directeur en artistiek leider bij Van Kempen en Begeer.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft Beran een toonaangevende rol gespeeld in de vormgeving van het moderne zilver en Keltum pleet. Kenmerkend voor zijn ontwerpen: gladde strakke gestroomlijnde vormen in combinatie met vloeiende golvende contouren.

Bekende bestekmodellen van Gustav Beran zijn:

Bestekmodel 600 ontworpen door Gustav Beran

Bestekmodel 600 ontworpen door Gustav Beran

In de jaren vijftig legde Beran met zijn vernieuwende bestekontwerpen de basis voor de huidige roestvrij stalen bestekken. Zijn bijzondere ontwerpen werden verkocht door juweliers. Nu nog worden modellen, die daarop lijken, verkocht bij winkels als Blokker en Hema.

 

Christiaan Johannes (Chris) van der Hoef (1875-1933) volgde van 1889-1893 de avondcursus beeldhouwen aan de Teekenschool voor Kunstambachten te Amsterdam. Zijn eerste ontwerp voor de Gerofabriek was in 1923: een tinnen herinneringsbord ter gelegenheid van het 25-jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina. Na een periode waarin hij vrij traditioneel vormgegeven voorwerpen maakte, kwamen vanaf 1930 meer modernere vormen van zijn hand op de markt. De voorwerpen zijn geometrisch van vorm. Herkenbaar zijn de bol en de cilinder. Van de Hoef ontwierp onder andere serviezen, een bonbonstel, schalen, vazen, theelepels, servetringen en taartvorkjes. Een typisch art deco bestek is ook van zijn hand (model 688). Het bestek heeft gehamerde stelen met verticale en horizontale lijnen bij het lemmet. Aan het einde van de stee zijn uitstulpingen.

 

Jan Eisenloeffel (1876-?) bezocht vanaf 1892 de Rijks Normaalschool voor Teekenonderwijs te Amsterdam. Hij werkte samen met Carel J.A. Begeer, directeur van de Koninklijke Utrechtse fabriek van Zilverwerken C.J. Begeer. Waarschijnlijk heeft Eisenloeffel alleen een bestek (model 70) voor Gero ontworpen (in 1929). Het bestek heeft een strakke lijnvoering met aan beide zijden van het heft een verticale gestanste lijn. Bij de verbinding lemmet-heft en bak-heft is een accent aangebracht met horizontale groeven. Bij het bestek waren tevens messenleggers verkrijgbaar. In 1953 was het bestek nog in productie; dus zijn ontwerp was een langdurig succes.

 

Andries Dirk Copier (1901-?) begon op dertienjarige leeftijd bij de Glasfabriek Leerdam. Van 1918 tot 1919 volgde hij lessen aan de Vakschool voor Typografie in Utrecht en van 1920-1925 aan de Academie van Beeldende Kunsten in Rotterdam. In de Glasfabriek werkte hij als tekenaar op de verkoop- en ontwerpafdeling. Voor Gero ontwierp hij onder andere kandelaars, olie- en azijnstellen, vazen en cactuspotten.

 

Rinze Hamstra (1895-1974) volgde van 1910-1912 een opleiding decoratief tekenen aan de Quellinusschool te Amsterdam. Hijnkreeg les van A.J. Derkinderen en R.N. Roland Holst. Hij tekende in een figuratieve stijl, waarbij de invloed van Derkinderen en de Engelse Prerafaelieten waarneembaar is. In zijn grafische werk en schilderijen komen veel middeleeuwse en klassieke motieven voor. Hamstra had een reclamebureau en specialiceerde zich in fotografie. Voor Gero ontwierp hij verschillende verkoopbrochures, reclames en jublileumboeken. Vanaf 1930 ontwierp Hamstra ook vazen, schalen, een rookstel en een waterstel, veelal in Gero-tin. De voorwerpen hebben vrijwel geen versiering. Vanaf 1936 werkte Hamstra in vaste dienst voor Gero.

 

Theodorus Hooft (1900-?) werkte vanaf 1918 als scheikundige bij Gero. Hij werd chef van het laboratorium en bedrijfsleider van de galvanoafdeling. Hooft wist goed aan welke technische eisen de ontwerpen van tin moesten voldoen. Hij heeft alleen tinnen voorwerpen ontworpen, geen bestekmodellen. Zijn ontwerpen zijn strak en daardoor gemakkelijk te maken. Onder andere: waterstel, bekers, vazen en schalen en theeserviezen.

 

Georg Nilsson (1888 te Kopenhagen) Waarschijnlijk begon Nilsson zijn opleiding rond 1904 in het atelier van Mogens Ballin in Kopenhagen. In deze periode ontwierp Georg Jenssen (1866-1935) sieraden in Ballins atelier. Er werden naast zilveren voorwerpen ook koperen en tinnen voorwerpen gemaakt. Nilsson kon er zodoende kennismaken met het ciseleren (afwerken van tinnen voorwerpen). Van 1906 tot 1909 werd hij ook in Jenssens atelier opgeleid. Na zijn opleiding had hij in Kopenhagen een eigen zilverwinkel. Het is niet bekend wanneer Nilsson precies voor de Gerofabriken (Kopenhagen) ging werken. De Gerofabriken werd in 1922 geopend en Nilsson was ‘fabriksleder’ in 1925. Er zijn van zijn hand ontwerptekeningen bewaard gebleven. Naast zijn werk als fabrieksleider was hij dus tevens ontwerper van voorwerpen.

In het begin van de vorige eeuw was de decoratievorm in Denemarken abstract met zware golvende ornamenten: gestileerde diermotieven, bloemen en bladeren. Ook de ontwerpen van Nilsson laten dit zien en de Gerofabriken produceerde deze producten tot ver in de jaren twintig. Nilsson had een voorkeur voor fantasiefiguren als een dolfijn of een aap en ook een soort trol. Naast deze behoudende vormgeving maakte de fabriek ook ontwerpen uit het atelier van Jenssen. Vooral deze modernere voorwerpen werden later in Nederland geproduceerd.

In 1926 besloot Gero een deel van haar productie vanuit Kopenhagen naar Zeist te verplaatsen.

Nilsson ging in 1933 met zijn gezin in Zeist wonen. Hij ontwierp vooral bestekken in Gero Zilver, maar ook in Gero Zilmeta.

Voor de Tweede Wereldoorlog ontwierp Nilsson bestekmodellen die gekenmerkt werden door art deco vormen, gehamerde vormen of in de vorm van een cartouche. Na de oorlog werden zijn ontwerpen strakker en functionalistischer.

Diederik Willem Simonis (1919) volgde vanaf 1940 de opleiding tot edelsmid aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (Amsterdam). Na zijn opleiding kreeg hij van de Gerofabriek de mogelijkheid om te werken in het atelier van zilversmid Evald Nielsen (1879-1958) in Kopenhagen. In 1945 ging Simonis werken voor de Gerofabriek. Van 1962 tot 1974 was hij de enige vaste ontwerper van Gero.

Simonis ontwierp in eerste instantie lepeltjes voor speciale gelegenheden. Model 230 Distinction is het eerste bestek naar zijn model uit 1950. Dit bestek werd bijvoorbeeld op de schepen van de Royal Interocean Line gebruikt.

Christa Ehrlich is geboren in Wenen, waar zij van 1922 tot 1925 een opleiding volgt aan de Kunstgewerbeschule bij professor J. Hoffmann. Tot 1927 is ze op diens atelier als assistente werkzaam. Vanaf 1927 heeft zij het merendeel van het gebruikszilver dat in Voorschoten voor de Koninklijke van Kempen, Begeer en Vos werd gemaakt, ontworpen. Een geliefd zilver bestekmodel van Christa Ehrlich is model 1064

Model 1064 zilver bestekmodel ontworpen door Christa Ehrlich

Model 1064 zilver bestekmodel ontworpen door Christa Ehrlich

 

Lees ook:

Van Kempen & Begeer museum 

Zilver of toch niet…. toch verzilverd?

About the Author:

Ursula Boonstra - de Jonge is de initiatiefnemer van dit blog over zilver en sieraden. In 1991 besloot Ursula samen met haar man Michel de Jonge om van hun hobby, antiek zilver verzamelen, hun beroep te maken. In de ruim 27 jaar zilver inkopen, bestuderen en verkopen is de kennis enorm gegroeid, deze kennis willen ze graag met u delen, vandaar dit blog.